Kleurrijke krotjes/slums.

Van nature geneigd tot het gebruik van donkere en daarmee sombere kleuren, vond ik in ‘Favelas ‘ uit 2011 een geschikte manier om meer kleur in mijn werk te brengen; iets wat ik graag wilde omdat ik geen somberheid wil communiceren. Het feit dat krottenwijken worden opgebouwd uit alle denkbare materialen die zich daar maar voor lenen, was daarnaast ook reden om met dit gegeven binnen het thema habitats door te gaan. Bonaire, waar ik woon, is een waar El Dorado waar het gaat om de beschikbaarheid van bruikbaar materiaal, wat zeer inspirerend werkt.

De keuze om de voorstelling te presenteren in een geometrische lijst, die tegelijk de benodigde diepte biedt om het geheel in op te bouwen, biedt ook weer veel mogelijkheden om te experimenteren met de relatie lijst-voorstelling. Gaandeweg ontstaan er twee groepen binnen het gegeven kleurrijke krotjes/slums : het landschap en de meer geometrische presentatievorm waar de lijst wordt weggelaten om het geheel in een compacte, geometrische vorm te presenteren. ‘Rectangle’ is daar het eerste voorbeeld van, gevolgd door  ‘Halpipe’ , ‘First corner’ en ‘Two Quarters’, allen gemaakt in 2014 en 'Split half round' en 'Laundry day', gemaakt in 2016. De geometrische presentatievorm blijft zich opdringen, wat uiteindelijk maakt dat de voorstelling ondergeschikt wordt aan de vorm waarbinnen die gepresenteerd wordt. Met de krotjes als bouwstenen van de geometrische vorm, ontstaat er een contrast tussen de schijnbare rommeligheid binnen de voorstelling en de vorm waarbinnen die zich afspeelt.

In de kunstgeschiedenis zijn vele voorbeelden te vinden van kunstenaars die aanvankelijk realistisch en figuratief werkten om daarna , al of niet geleidelijk, over te gaan tot de totale abstractie. In mijn werk zou dat kunnen betekenen dat van de krotjes uiteindelijk alleen nog maar gekleurde vlakken overblijven. Toch is dat vooralsnog niet de bedoeling. Zoals zichtbaar in ‘Laundry day’ (2016) bieden de ‘slums’ in al hun details nog allerlei mogelijkheden om het spel van vorm, kleur,ritme en richting voort te zetten.

De Sky Scraper

Nadat al jarenlang het beeld van een enorme ‘krotjestoren’ door mijn hoofd spookte, begon ik daar in september 2016 aan te bouwen. De “Sky scraper’ werd realiteit, waarmee zich voor mij een nieuw verschijnsel voordeed en doet. Door het totale formaat van het werk sterk te vergroten maar de slums zelf niet of nauwelijks, ontstaat er een dusdanige hoeveelheid details, dat die nauwelijks nog te bevatten is. Wetend hoe de beschouwer vaak geneigd is te gaan speuren in de details binnen mijn werk, is dit de ultieme habitat waarin je volkomen verloren lijkt te gaan. Dat is een nieuwe ervaring, die zich m.b.t. mijn werk nog niet in deze mate voordeed. Het idee van meerdere torens dient zich aan, die allemaal weer anders zijn van vorm en waarbinnen nog meer geexperimenteerd kan worden met het gebruik van de verschillende onderdelen. Vaak ontstaan mijn ideeen sneller dan ik ze kan uitvoeren, wat maakt dat niet alles tot uitvoering komt omdat ik alweer een stap verder ben.

Werken op mijn atelier voelt als een kind dat zich vrijelijk uit in zijn spel. Het bouwen van de habitats voelt eerder als ‘boetseren met hout’ dan als een constructieve techniek. Ieder onderdeel wordt nauwkeurig bepaald, vooral v.w.b. de kleuren, plaatsing van waslijnen of trappen, richting van ramen enz. Het geheel moet absoluut in balans zijn.